Overslaan en naar de inhoud gaan
Voorbeeld samenvatting van een scriptie

Voorbeeld samenvatting van een scriptie

Titel: Genomics. Ethische en juridische implicaties
Bachelorscriptie Erasmus Universiteit: gezondheidswetenschappen, beleid & management gezondheidszorg
Auteur: S.R.A. Berger
10-07-2014

Samenvatting

Achtergrond: In 2003 zijn onderzoekers erin geslaagd om het gehele menselijke genoom in kaart te brengen. Genoombreed onderzoek bestaat uit twee stappen: eerst wordt de volgorde van de basenparen waaruit het genoom bestaat bepaald, waarna een ‘bibliotheek’ van lettercombinaties ontstaat. Deze ‘bibliotheek’ aan lettercombinaties wordt vervolgens in kaart gebracht door middel van softwareprogramma’s waarin de laatste stand van de wetenschap omtrent de relatie tussen genen en gezondheid is verwerkt. Genoombrede diagnostiek betekent onvermijdelijk dat er meer genetische informatie over de patiënt aan het licht komt dan nodig is voor de diagnose. Niet gezochte klinisch-relevante informatie kan voor de patiënt en diens omgeving zowel positieve als negatieve gevolgen hebben.

In deze scriptie wordt een onderzoek beschreven waarin onderzocht is wat de ethische en juridische implicaties van whole genome sequencing en whole genome analysis zijn. het onderzoek richt zich hierbij op de verschillende stadia in het leven van een mens: embryo, foetus, kind en volwassene. De vraagstelling binnen dit onderzoek is: ‘’Wat zijn de ethische en juridische implicaties van whole genome sequencing en whole genome analysis, en hoe kunnen deze implicaties opgevangen worden’’?

Methode: Voor dit onderzoek is kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Naast uitgebreid literatuuronderzoek zijn er diepte-interviews afgenomen bij 8 respondenten met verschillende plaatsen in het veld van de gezondheidszorg ; artsen, ethici en patiënten.

Resultaten: Uit dit onderzoek blijkt er grotendeels consensus te zijn tussen de opvattingen in de literatuur omtrent whole genome sequencing en whole genome analysis en de opvattingen van de respondenten binnen dit onderzoek. Echter, het recht op niet-weten voor (nog te geboren) kinderen bleek in de literatuur een belangrijk argument om genoombrede screening van embryo’s, genoombrede prenatale screening en genoombrede screening van kinderen af te keuren. Uit dit onderzoek komt geen consensus naar voren over de vraag of screening op deze groepen wenselijk is, maar de gehoorde argumenten van de respondenten binnen dit onderzoek bevatten op één respondent na geen uitspraken over het recht op niet-weten van het (nog te geboren) kind. Daarnaast blijkt uit dit onderzoek dat bestaande wetgeving op het gebied van patiëntenrechten niet goed aansluit bij de praktijk van genoombrede screening en diagnostiek.

Conclusie: Er zijn diverse, leeftijdsafhankelijke, juridische en ethische implicaties ten gevolge van whole genome sequencing en analysis te benoemen. Zo zijn er bijvoorbeeld implicaties op het gebied van een volledig informed consent, het recht op niet-weten, privacy, het patiëntendossier en selectiecriteria. Het is dan ook van groot belang om de juridische en ethische implicaties die kunnen ontstaan door het gebruik van genoombrede screening en diagnostiek op te vangen door passende wetten en regelgeving. Een maatschappelijk debat over de wenselijkheid van genoombrede screening en diagnostiek kan aan de ontwikkeling van deze wet en-regelgeving bijdragen. Bovendien dienen de betrokken beroepsgroepen richtlijnen te ontwikkelingen die van toepassing zijn bij genoombrede diagnostiek en screening op embryo’s, foetussen, kinderen en volwassenen.

 

Titel: Inclusie in de klas
Bachelorscriptie Hogeschool Leiden: Human Resource Management
Auteur: L. de Heiden
5-6-2020

Managementsamenvatting 

Recent onderzoek naar het onderwijs in Nederland toont dat er met regelmaat discriminatie, gevoelens van onveiligheid en eenzaamheid door studenten ervaren wordt. Dit geldt voor alle onderwijsniveaus en alle opleidingsfasen en is dus mogelijk ook toepasbaar op Hogeschool Leiden. Ook heeft onderzoek binnen de hogeschool zelf voor een specifieke doelgroep aangetoond dat de ervaren inclusie binnen de klas niet erg hoog was. Diversiteit binnen de studentenpopulatie is aanwezig wanneer er gekeken wordt naar beperking, leeftijd, opleidingsachtergrond en geslacht maar het is niet duidelijk in welke mate inclusie ervaren wordt door studenten en welke rol de docent hierin speelt. 

Dit onderzoek heeft zich erop gericht om de ervaren inclusie binnen de klas van de studenten HRM en Recht inzichtelijk te maken. Daarnaast is er gekeken naar de rol die de docenten van deze opleidingen spelen in het bevorderen van deze inclusie. Aan de hand van literatuuronderzoek, enquêtes onder studenten en interviews met zowel docenten als studenten wordt de hoofdvraag binnen dit onderzoek beantwoord.

‘’In hoeverre is er sprake van inclusie in de klassen van de opleidingen HRM en hbo-Rechten en op welke wijze kunnen de docenten hier een (positieve) bijdrage aan leveren?’’ 

De conclusie die getrokken kan worden is dat het merendeel van de studenten de klassen als redelijk inclusief ervaart. Er komt een verschil in het gevoel bij de groep horen en het gevoel daadwerkelijk authentiek kunnen zijn in die groep naar voren. De theorie toont dat deze twee zaken even belangrijk zijn in een inclusieve groep. De resultaten laten zien dat er wel acceptatie van individuen in de groep is maar weinig actieve aanmoediging tot authenticiteit. 

De manier waarop docenten kunnen bijdragen aan de inclusie is gericht op faculteit- en opleidingsniveau en op vaardigheden van docenten. Zo staat de hogeschool strategie te ver van de dagelijkse praktijk af en is er de behoefte aan sturing op inclusie in de klas door de onderwijsmanager. Daarnaast moet er op opleidings- of faculteitsniveau een visie bepaald worden om aan de hand hiervan een concrete aanpak te maken. De ideeën over inclusie en wat dit betekent voor de opleidingen komen nu nog te weinig overeen. Ook de wens om inclusie te verwerken in het curriculum komt sterk naar voren. Op die manier kunnen docenten het onderwerp gemakkelijker bespreekbaar maken in de klas en krijgen de studenten gelijk de kennis erover mee. 

In het kader van de professionalisering van docenten kunnen de vaardigheden in het omgaan met diversiteit versterkt worden. Alle docenten binnen dit onderzoek erkenden vormen van diversiteit onder studenten. De manier waarop met deze diversiteit omgegaan wordt kan echter nog meer diepgang krijgen. Er zit veel verschil in de aanpak tussen docenten onderling. Onderlinge communicatie over de ervaren diversiteit draagt bij aan de bewustwording. Wanneer de realiteit van de diversiteit besproken wordt, kan er ook ingegaan worden op inclusie in de klas. 

De aanbevelingen die hieruit opgesteld zijn richten zich op het verder uitwerken van de hogeschool belofte. Deze sturing vanuit het hogeschool management is nodig om concrete acties op de belofte ‘een inclusieve leeromgeving’ in gang te zetten. Nadat de noodzaak is aangekaart kan overgegaan worden op het ontwikkelen van een opleidings- of faculteitsvisie en aanpak. Om kartrekkers te hebben wordt het aangeraden om een projectgroep op te stellen. Deze projectgroep kan helpen met de gesprekken op gang brengen over de visie op inclusie in de klas binnen de opleidingen. Nadat een visie vastgesteld is, kan er tot een concrete aanpak overgegaan worden. Hier kan het in het curriculum verwerkt worden. Ook richt dit op het verder ontwikkelen van de vaardigheden omtrent diversiteit. Dit aan de hand van trainingen gericht op de invloed van docenten in de klas waar studentervaringen bij betrokken worden.