Overslaan en naar de inhoud gaan

Bachelor Juridisch

Bachelor Juridisch

Aan de hand van deze handleiding wordt op duidelijke en heldere wijze uitgelegd hoe een onderzoek opgezet kan worden en op welke wijze het schrijven van een rechten scriptie het beste kan worden aangepakt.

1. Inleiding - Scriptie Bachelor Juridisch

Veel studenten zitten elk jaar weer te zwoegen op hun afstudeeronderzoek en het schrijven van hun afstudeerscriptie. Veel studenten missen vaak ook een duidelijke leidraad en een duidelijke handleiding voor het opzetten van een onderzoek en het schrijven van een goede afstudeerscriptie. Hierdoor lopen ze vaak vertraging op en duurt het afstuderen langer dan gepland. Hier wil scriptie.nl een helpende hand bieden door gratis deze scriptiehandleiding ter beschikking te stellen. Aan de hand van dit document wordt op duidelijke en heldere wijze uitgelegd hoe een onderzoek opgezet kan worden en op welke wijze het schrijven van een scriptie het beste kan worden aangepakt. Hierbij gaan we onder andere in op de verschillende soorten onderzoek en de wijze van rapportage. Voor elke grote studierichting hebben we een aparte scriptiehandleiding opgesteld omdat het afstuderen per richting duidelijke verschillen heeft.

Op Scriptie.nl vindt je verder nog handleidingen voor SPSS, onderzoek en statistiek. Alles wat je nodig hebt om het schrijven van een scriptie tot een goed einde te brengen. Ook kun je op Scriptie.nl gebruik maken van een enquêtemanager om statistische onderzoeken voor je scriptie uit te voeren.

1.1 Leerdoelen juridische scripties - Scriptie Bachelor Juridisch

Het schrijven van een scriptie behoort vaak tot het sluitstuk van een opleiding. Het is bedoeld als een oefening en tegelijk een proeve van bekwaamheid, waarbij je een kans krijgt om de kennis en vaardigheden die je tijdens je studie hebt opgedaan in te zetten om (deels) zelfstandig een onderzoek of project op te zetten en uit te voeren. Een universitaire juridische bevat de volgende leerdoelen:

  • Het toepassen van verworven kennis in een zelfstandige opdracht
  • Het toepassen van in eerdere jaren opgedane vaardigheden in een zelfstandige opdracht.
  • Het formuleren van een duidelijke probleemstelling.
  • Het duidelijk beargumenteren van de keuzes die je tijdens je onderzoek hebt genomen.
  • Het analyseren van de verzamelde gegevens en verbanden kunnen leggen tussen resultaten en conclusies.
  • Het helder rapporteren in de vorm van een wetenschappelijke tekst waarbij een systematisch overzicht wordt gegeven van het gedane onderzoek.

1.2 Beoordelingscriteria juridische scripties - Scriptie Bachelor Juridisch

Een scriptie en het daarvoor uitgevoerde onderzoek worden op veel verschillende punten beoordeeld. Bepaalde punten gelden natuurlijk alleen voor een specifieke opleiding maar er zijn ook een aantal algemene criteria waarop gelet kan worden. Hiernaast worden ook de criteria gegeven voor de voordracht die vaak naar aanleiding van de scriptie moet worden gegeven. Gebruik deze lijst met criteria als referentie maar ga ook na bij je eigen opleiding welke criteria specifiek voor jou gelden.

De onderstaande punten worden beoordeeld:

  • Onderwerp

Het onderwerp wordt onder andere beoordeeld op originaliteit en moeilijkheidsgraad.

  • Wetenschappelijk niveau

Beoordeling op de diepgang van het betoog en of het iets toevoegt aan bestaande inzichten.

  • Stijl en opbouw

Hierbij wordt gelet op onderdelen zoals uiterlijke verzorging, indeling en opbouw, schrijfstijl en taalgebruik.

  • Zelfredzaamheid

Hierin wordt gekeken hoe zelfstandig de student is geweest en of er veel of weinig begeleiding nodig was geweest.

2. Voorbereiding - Scriptie Bachelor Juridisch

Bij het schrijven van een scriptie is de eerste stap het doen van onderzoek en het verzamelen van de gegevens waarover de scriptie geschreven kan worden. Allereerst moet er een opzet worden geschreven waarin je aangeeft wat je wil onderzoeken. Daarvoor moet je eerst oriënteren op een onderwerp en na goedkeuring van je onderwerp en opzet kan je aan de slag met het daadwerkelijke onderzoek. Hieronder worden de stappen beschreven die je tijdens de voorbereidende fase genomen moeten worden.

2.1 Onderwerpkeuze - Scriptie Bachelor Juridisch

Het kiezen van een onderwerp hoeft vaak weinig problemen op te leveren. Veel studenten komen bijvoorbeeld op een onderwerp tijdens stages, bijbanen en colleges. Deze onderwerpen moeten vaak wel afgestemd worden met de scriptiebegeleider. Deze kan je vertellen of het onderwerp geschikt is om onderzocht te worden of dat je op zoek moet gaan naar een ander onderwerp. Mocht je niet op een onderwerp komen tijdens één van de genoemde ervaringen dan kun je altijd nog de volgende bronnen raadplegen:

  • Bekijk de lijsten van scriptieonderwerpen van het departement waarbij je af zult studeren, hieruit ontstaan vaak goede ideeën en je krijgt meteen een goed beeld over het gewenste niveau van je onderwerp.
  • Blader door de jaargangen van bijvoorbeeld de NJ, AB, Ars Aequi of een algemeen juridisch tijdschrift om een beeld te krijgen van actuele vraagstukken die spelen.
  • Raadpleeg je begeleider. Misschien heeft hij nog ideeën voor een onderwerp.

Kies sowieso voor een onderwerp wat je zelf interessant vindt en leuk lijkt om te onderzoeken. Dit maakt het werken aan je scriptie een stuk leuker om te doen. Verder is het aan te raden om een onderwerp te kiezen wat aansluit bij de gevolgde (keuze)vakken en colleges. Hierdoor bezig je al enige achtergrondkennis waardoor je makkelijker bronnen kunt vinden en de materie ook sneller kunt doorgronden.

2.2 Onderzoeksopzet - Scriptie Bachelor Juridisch

Een onderzoeksopzet moet je meestal als eerste inleveren en moet goedgekeurd worden door de begeleider voordat je aan de slag kan met onderzoek. De onderzoeksopzet geeft je begeleider een beeld van hoe jij denkt je onderzoek aan te pakken. Een onderzoeksopzet bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Hoofdstukindeling

Je geeft een voorlopige hoofdstukindeling voor je scriptierapport aan, gebruik hiervoor de vragen die je tijdens je onderzoek wilt beantwoorden. Op deze wijze kan je systematisch je onderzoeksvragen doornemen en de resultaten en conclusies helder en duidelijk laten zien.

  • Onderwerp

Je beschrijft het onderwerp wat je hebt gekozen, waarom je dit hebt gekozen en wat het doel is van je onderzoek.

  • Probleemstelling

De probleemstelling is de centrale vraag die de richting aangeeft van je onderzoek. Het is de vraag die je met je onderzoek wilt beantwoorden. Aan de probleemstelling kan je nog een aantal deelvragen hangen waarmee je verschillende deelgebieden aan kan wijzen.

  • Literatuur- en jurisprudentielijst

Je geeft aan welke bronnen je al hebt geraadpleegd en welke je nog van plan bent om te doorzoeken.

Dit alles neem je door met je begeleider. Hij kan je ook nog tips geven of je qua bronnen in de goede richting zit.

3. Dataverzameling - Scriptie Bachelor Juridisch

Dit hoofdstuk gaat in op de manier waarop je een scriptieonderzoek opzet en uitvoert. Voor het doen van onderzoek zijn veel verschillende methoden te gebruiken maar bij een juridisch bacheloronderzoek wordt vaak een literatuur- en jurisprudentieonderzoek uitgevoerd. Soms kan ook praktijk onderzoek uitgevoerd worden en welke methoden hiervoor gebruikt worden ook kort even toegelicht.

3.1 Literatuuronderzoek - Scriptie Bachelor Juridisch

Literatuur- en jurisprudentie onderzoek wordt gebruikt voor de meerderheid van de fiscaal-juridische teksten. De bronnen die hiervoor gebruikt worden zijn het internet, overheidspublicaties, jurisprudentie, boeken en artikelen uit tijdschriften.

Juridische teksten lijken vaak te informeren, maar vaak hebben zij ook een overtuigend karakter. Dit karakter hebben zij te danken aan degene die het argument heeft geformuleerd, om deze reden is het zeer belangrijk om een goede afweging te maken van je gebruikte bronnen.

Juristen onderscheiden globaal gezien twee bronnen, namelijk formele rechtsbronnen en andere rechtsbronnen.

De formele rechtsbronnen zijn het belangrijkste, het zijn het verdrag, wet en jurisprudentie. De andere bronnen zijn boeken, statistieken, artikelen, opiniebladen, enzovoorts.

Het gebruik van deze bronnen is belangrijk voor de geloofwaardigheid van je scriptie.

3.2 Jurisprudentieonderzoek - Scriptie Bachelor Juridisch

Om alle vragen in je probleemstelling te kunnen beantwoorden is literatuur- en jurisprudentieonderzoek essentieel.

Literatuur- en jurisprudentieonderzoek heeft als doel het selecteren en vinden van bronnen die kunnen helpen bij de beantwoording van de vraag die je in de probleemstelling hebt geformuleerd.

Een paar tips om efficiënt onderzoek te verrichten:

- Probeer zelf de vragen te beantwoorden en deze goed te beargumenteren. Als je dit hebt gedaan zoek je of jouw ideeën overeenkomen met ideeën van anderen en of anderen jouw argumenten ook gebruiken. Ook vindt je veel nieuwe argumenten en deze helpen je om te blijven nadenken over je vraagstelling en antwoorden. Hierdoor blijf je scherp en kritisch.

- Begin met het 'beste' en meest recente boek of artikel dat over de materie bestaat, dit verschaft toegang tot belangrijke informatie. Eerst moet je over alle basiskennis beschikken voordat je kunt beginnen met de verdieping.

- Realiseer voordat je een rechterlijke uitspraak of boek begint te lezen, waar je naar op zoek bent. Zoek gericht naar het antwoord op die vraag.

- Zorg ervoor dat je al je gebruikte bronnen later terug kunt vinden. Schrijf alles op of maak een extra kopie.

- Beperk je niet alleen tot je vragen, lees wat ruimer om je vragen heen om zo meer inzicht te krijgen in het onderwerp. Dit kan je inspireren en je bent bezig met het vermeerderen van je kennis.

- Maak onderscheid tussen formele argumenten en inhoudelijke argumenten. Kijk altijd goed naar de argumentatie en maak hier je eigen afweging bij.

- Houd je spullen geordend. Hou je aantekeningen, bronnenlijst en kopieën bij in een overzichtelijke map. Dit scheelt tijd en zorgt voor helderheid.

- Een handige manier om relevante informatie te vinden is de sneeuwbalmethode. Je begint met het lezen van een recent artikel of boek en je zoekt naar de literatuur waar het artikel of het boek naar verwijst, en gaat zo door.

- Het internet is een bron van informatie, alleen zorg er wel voor dat je betrouwbare informatie gebruikt. Denk hierbij aan de officiële website van de Tweede Kamer, Ministeries, de Europese Unie enzovoorts.

Als je vaak jurisprudentie bij je onderzoek betrekt, is het handig om een aparte jurisprudentielijst te ontwikkelen.

3.3 Onderzoeksmethoden - Scriptie Bachelor Juridisch

Het onderzoek kan op veel verschillende manieren uitgevoerd worden en het ligt aan de aard van de gegevens die je wilt verzamelen welke methode hier het meest geschikt voor is. Ben je op zoek naar cijfermatig inzicht in je probleemstelling dan zijn kwantitatieve methoden het meest geschikt om deze te achterhalen. Ben je daarentegen op zoek naar meningen, opinies of kennis over een bepaald onderwerp dan zijn kwalitatieve methoden hier het meest geschikt voor. Beide methoden hebben zo hun voor- en nadelen. Met kwantitatieve methoden kost het onderzoeken van grote groepen vaak minder tijd dan met kwalitatieve methoden, maar het biedt je weinig inzicht in de leefwereld van je respondent. Daar zijn kwalitatieve methoden meer geschikt voor. Het grote nadeel van kwalitatieve methoden is dat ze vaak wel veel tijd kosten. Hieronder worden een aantal onderzoeksmethoden kort toegelicht.

Kwalitatieve methoden

Observatieonderzoek

Bij observatieonderzoek wordt gebruikt gemaakt van systematische waarneming van bepaalde gedragingen van over het algemeen kleine groepen personen. Hierbij wordt alleen gelet op gedragingen die voor het onderzoek interessant zijn.

Open interview

Interviews worden vaak gehouden bij onderzoeken waar de onderzoeker de beleving of motieven van een respondent wil achterhalen. Vaak vindt dit plaats in de vorm van een tweegesprek maar het open interview kan ook in groepsvorm plaatsvinden.

Kwantitatieve methoden

Surveyonderzoek

De methode wordt gebruikt om opinies, houdingen, kennis of meningen bij grote groepen mensen te meten. Dit wordt vaak gedaan door middel van enquêtes of vragenlijsten. Bij dit soort enquêtes wordt vaak gebruikt gemaakt van schalen, waarbij de deelnemer (vaak respondent genoemd bij dit soort onderzoeken) bij een vraag kan kiezen uit een beperkt aantal antwoordmogelijkheden (bijvoorbeeld keuze uit vijf antwoordenmogelijkheden). Voor scriptieonderzoek wordt vaak gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om een internetenquête op te zetten, hiermee heb je vaak een groot bereik en wordt de data vaak al overzichtelijk gepresenteerd door het enquêteprogramma.

Secundaire analyse

Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van al bestaande datasets, dus onderzoeksgegevens die al door andere onderzoekers zijn verzameld. Deze vorm wordt ook wel kwalitatief bureauonderzoek genoemd. Het grootste voordeel van deze methode is natuurlijk dat je niet zelf het onderzoek hoeft te doen, nadeel is wel dat je vaak niet een dataset vindt die aan je specifieke eisen voldoet.

Experimenteel onderzoek

Bij deze vorm van onderzoek wordt vaak een experiment opgezet om een bepaalde hypothese te testen. Hierbij is sprake van een effectmeting, je meet hierbij het effect van X op Y, dit wordt dan vaak een causaal verband genoemd. Ook wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een experimentele situatie, op deze manier kun je de controle over de situatie houden. Bij experimenteel onderzoek wordt niet gesproken over respondenten maar over proefpersonen.

4. Rapportage - Scriptie Bachelor Juridisch

Dit hoofdstuk gaat in op het schrijven van de scriptie zelf. Hierbij wordt in gegaan op de algemene tips over het schrijven en de stijl, op welke wijze je over het algemeen een scriptie indeelt, de omvang en hoe de literatuurlijst en bronvermelding eruit horen te zien.

4.1 Algemene schrijfstijl - Scriptie Bachelor Juridisch

Wanneer je het onderzoek hebt afgerond en je conclusies hebt getrokken is het tijd om deze informatie tot een duidelijk, leesbaar en helder betoog te verwerken. In welke vorm je dit doet is afhankelijk van het onderwerp dat je hebt gekozen en of je een ontwerpopdracht hebt gedaan of een onderzoek hebt uitgevoerd. Waarschijnlijk heb je in de voorbereidende fase al een voorlopige hoofdstukindeling opgesteld en deze kan je dus goed gebruiken om de resultaten weer te geven. Het belangrijkste is dat je het verhaal logisch opbouwt en een duidelijke structuur aanhoudt zodat de lezer je betoog goed kan volgen. Een goede manier om dit te doen is door bij elk hoofdstuk in een korte inleiding aan te geven waar het hoofdstuk over zal gaan en door duidelijke aan te geven hoe dit in het geheel van je onderzoek past. Verder is het aan te raden om kort en bondig je betoog te doen, schrijf hier per paragraaf in één zin wat er in die paragraaf moet komen te staan. Aan de hand van deze steekwoorden bouw je vervolgens je paragraaf op. Gebruik hiervoor de gegevens die je nodig hebt om je probleemstelling te kunnen beantwoorden. Hiermee voorkom je dat je onnodig gaat uitweiden waardoor de kern van je verhaal minder goed overkomt. Verder is het aan te raden om de concept versie van je scriptie kritisch na te kijken maar dit ook door anderen te laten doen. Laat dit ook door verschillende mensen doen om op deze wijze te kijken of het door iedereen te snappen is en niet te technisch of ingewikkeld wordt voor sommige lezers.

4.2 Scriptie-indeling - Scriptie Bachelor Juridisch

Een scriptie kan op de volgende manier ingedeeld worden, dit is een vrij algemene indeling en hiervan kan natuurlijk afgeweken worden naar gelang het onderwerp dat vereist.

- Titelpagina met daarop de titel, naam van de auteur, universiteit en faculteit, studierichting, inleverdatum en de naam van begeleider.

- Samenvatting.

- Inhoudsopgave.

- Inleiding met daarin het doel, onderwerp en probleemstelling van de scriptie.

- Weergave en argumentatie van de gebruikte methode / werkwijze.

- Weergave en argumentatie van de gehanteerde theorie .

- Weergave van de onderzoeksresultaten en de analyse.

- Conclusie en/of aanbevelingen.

- Literatuur- en bronverwijzingen.

4.3 Omvang - Scriptie Bachelor Juridisch

De omvang van een scriptie verschilt vaak per opleiding maar over het algemeen wordt er voor een bachelorscriptie gericht op ongeveer 25 pagina's tekst (ongeveer 20.000 woorden). Dit is exclusief inhoudsopgave, titelblad etc. Ga natuurlijk bij je opleiding na of dit ook voor jou geldt. Wel is grotere scriptie niet altijd beter dan een kleine scriptie. Je kan beter een scriptie schrijven waarbij je zonder al teveel uitweidingen je betoog doet want vaak laten beoordelaars zich niet door de dikte van een rapport imponeren. Probeer ook niet over het maximale aantal woorden te gaan wanneer je dit niet goed kan beargumenteren.

Hieronder volgen nog een aantal punten die je scriptie absoluut moet bevatten.

  • Een goed leesbare en consequente lay-out.
  • Paginanummering
  • Consequente opmaak van hoofdstuk- en paragraaftitels.
  • Het ontbreken van spel- en typefouten
  • Een correct gebruik van interpunctie
  • Functioneel gebruik van grafieken, schema's of tabellen waar in de tekst naar wordt verwezen
  • Functioneel gebruik van opsommingen

4.4 literatuur- en bronvermelding - Scriptie Bachelor Juridisch

Aan het eind van je scriptierapport voeg je een literatuurlijst en bronvermelding toe. Het is belangrijk om zo goed mogelijk te verwijzen naar de bronnen die je hebt gebruikt om de controleerbaarheid van je werk te vergroten. Op deze lijst zet je in alfabetische volgorde de literatuur die je hebt gebruikt, let er wel op dat je alleen de literatuur in de lijst zet die je daadwerkelijk hebt gebruikt voor je verslag. Verder verwijs je ook in je betoog zelf naar de bronnen die je hebt gebruikt, dit kan op de volgende manier, (eerste achternaam van de auteur, jaartal waarin de publicatie is verschenen, pagina's waar je de informatie kan terugvinden). Als er niet naar een specifiek stuk wordt verwezen dan laat men de verwijzing naar de pagina's meestal achterwege.

In de literatuurlijst worden bronvermeldingen over het algemeen als volgt opgenomen:

Voor boeken geldt

Achternaam, voorletter auteur. (datum van publicatie). Titel (cursief). Uitgeverij

Voorbeeld:

Jansen, A. (1998). Scripties schrijven. Amsterdam: Uitgeverij onderwijs.

Voor tijdschriften geldt

Achternaam, voorletter auteur. (datum publicatie). Titel artikel. Titel tijdschrift (cursief), jaargang/volume (issue, 1e periodiek), pagina's waar het artikel te vinden is.

Voorbeeld:

Jansen, A. (2000). Onderzoek en scripties. Tijdschrift voor scriptieonderzoek, 10(1), 35-37.

Voor internet bronnen geldt

Achternaam, voorletter auteur (datum publicatie). Titel (online). Plaats, uitgever. Beschikbaar op: (datum waarop het document werd geraadpleegd)

Voorbeeld:

Jansen. A (2001). Online handleiding scriptie schrijven (online). Amsterdam, Online scriptie instituut. Beschikbaar op: http://www.scriptieinstituut.nl/handleiding/ (Bekeken op 2 juni 2008).

Voor e-mail berichten geldt

Afzender (e-mailadres van afzender). (dag maand jaar). Onderwerp van het bericht (cursief). E-mail naar (e-mailadres van ontvanger).

Voorbeeld:

Jansen, A (albert@scriptie.nl). (02 juni 2008). Hulp met scripties. E-mail naar Jansen, B (jansen@scriptieinstituut.nl).

4.5 Bronvermelding in juridische scripties - Scriptie Bachelor Juridisch

In juridische literatuur wordt veel gewerkt met noten waarmee wordt verwezen naar rechtspraken. Om de controleerbaarheid en daarmee ook de kwaliteit van de juridische scriptie te verhogen moeten de gebruikte noten relevant zijn en moet het aanhalen van geraadpleegde literatuur op consistente wijze gebeuren. Hieronder volgt een kort voorbeeld van een correcte citeerwijze.

In het betoog:

'Zoals de Hoge Raad 1) eerder besliste..'

Hierbij moet de noot als volgt zijn: 1) HR 11 juni 2000, BNB 2000/123

In het betoog:

'Jansen 2) is van mening dat...'

Hierbij moet de noot als volgt zijn: 2) Jansen, A., Recht en scriptie, tweede druk, Utrecht 2000, blz..

Vaak is het aan te raden om te verwijzen naar bepaalde boeken waarvan de feiten eigenlijk algemeen bekend zijn. Mochten er bijvoorbeeld toch afwijkende standpunten denkbaar zijn dan is het wel aan te raden om toch een verwijzing te maken.

In het betoog:

'Hierbij gaat men er vanuit dat er voor deze zaak een overeenkomst nodig is 3)..'

Hierbij moet de noot als volgt zijn: 3) Dit wordt door de meeste schrijvers aangenomen, zie A. Jansen, Recht en scriptie, tweede druk, Utrecht 2000, blz...'